Veel voorkomende problemen

De problemen die hieronder staan beschreven, zijn veel voorkomend in het paardengebit. Problemen in het paardengebit worden ook wel ‘malocclusies’ genoemd.

Maaltanden

Achtergebleven melkkiezen

Gevolg: De permanente tand kan nu niet doorkomen, en dit is het begin van het ontstaan van een disbalans. Een achtergebleven dop kan ook een oorzaak zijn van een infectie, doordat er eten onder kan haken. Het zorgt ook voor ongemak tijdens het eten.

Specifieke problemen bij eerste premolaren en laatste molaren

Veel voorkomende malocclusies zijn zogenaamde ‘hooks’ (engels voor haken)  en ‘ramps’  (engels voor schans, zoals een ’skate ramp’). Deze worden gevonden bij de voorste en de achterste maaltanden.

haakk op de eerste premolaar bovenin

bij de voorste kies is een haak ontstaan

laatste kies onderin is te hoog

laatste kies onderin is te hoog

I. Haken 1e premolaar bovenin, vaak gekoppeld aan ramps laatste molaar onderin

Gevolg: Onderkaak wordt belemmerd in de voorwaartse beweging. Dit bemoeilijkt alles waarbij het paard zijn hoofd benedenwaards moet inbuigen.


II. Ramp op eerste premolaar onderin, gekoppeld aan verhoogde achterste molaar bovenin

Gevolg: Onderkaak wordt belemmerd in de achterwaartse beweging. Dit bemoeilijkt alles waarbij een paard zijn hoofd wat hoger moet dragen.

Wave

Dit wordt zo genoemd door het golvend aandoen van een de rijen maaltanden.

golvend aandoen van de rijen maaltanden

Gevolg: De onderkaak zit kan geen voorwaartse of achterwaartse beweging maken.  De (pre-)molaren slijten ongelijk en zullen minder lang mee gaan dan wanneer een gebit in balans is.

Step

-nog geen foto beschikbaar-

Hierbij is een molaar duidelijk hoger dan de naastliggende molaren.
Gevolg: De hoge molaar zorgt voor een blokkade aan de betreffende kant van de onderkaak. Het paard zal verschillen laten zien tussen links en recht tijdens het rijden en de blokkade zal leiden tot meerdere problemen in het gebit.

Excessive Transverse Ridges

Wasbordachtige richels op het kauwoppervlak van de maaltanden.

wasbordachtige richels op het kauwoppervlak van de maaltanden

Gevolg: De onderkaak haakt als het ware vast in de bovenkaak. Hierdoor is er geen voorwaarste, maar ook geen achterwaartse beweging meer mogelijk is. Deze richels wordt met de tijd steeds meer uitgesproken.

Shear

Extreem steile kauwoppervlakken van de molaren.

Gevolg: De zijwaarste beweging van de onderkaak is onmogelijk. Een paard zal tijden het eten “op en neer” kauwen, in plaats van het ontspannen zijwaartse malen. Tijdens het rijden zal een paard problemen laten zien bij zijwaarts inbuigen.

Scherpe randen

scherpe randen aan de buitenkant van de bovenste maaltanden

Vaak worden de scherpe punten “haken” genoemd. Ieder paard ontwikkelt scherpe randen. Dit heeft te maken met de maalbeweging. De scherpe randen bevinden zich daarom aan de wangkant van de bovenste kiezen en aan de tongkant van de onderste kiezen. Vaak zijn de randen het scherpst helemaal achterin de mond.

Gevolg: Bij uitgesproken scherpe randen wordt de zijwaardse beweging van de onderkaak belemmerd. Scherpe randen kunnen ook wonden aan de binnenkant van de wangen veroorzaken en op die manier voor veel overlast zorgen.

Snijtandproblematiek

Achtergebleven melksnijtanden

achtergebleven melktanden

Gevolg: De permanente tand kan nu niet doorkomen, en dit is het begin van het ontstaan van een disbalans. Een achtergebleven dop kan ook een oorzaak zijn van een infectie, doordat er eten onder kan haken. Het zorgt ook voor ongemak tijdens het eten.

Smile

De snijtanden lijken een glimlach (ventraal) of een omgekeerde glimlach (dorsaal) te vormen.

een ventral smile ofwel glimlach van de snijtanden

een dorsal smile ofwel omgekeerde glimlach

Gevolg: De stand van de snijtanden beïnvloed de zijwaartse beweging van de onderkaak. Een paard zal moeite hebben met inbuigen naar beide kanten.

Diagonale beet (“wegde” of “offset”)

De snijtanden zijn scheef afgesleten, waardoor een diagonale beet is ontstaan.

een diagonale beet

Gevolg: Beïnvloed de zijwaartse beweging van de onderkaak. Vaak blijkt een paard ook tijdens het eten een voorkeur te geven aan een kant en zal met rijden verschillen tussen links en recht laten zien.

Overbeet

De bovenste snijtanden zijn langer dan de onderste en haken als het ware over de onderste heen.

Gevolg: De onderkaak van het paard kan bij het laten zakken van zijn hoofd niet meer naar voren glijden. Een paard kan nu niet meer ontspannen nageven.

Onderbeet

De onderste snijtanden zijn hoger dan de bovenste en haken als het ware voor de bovenste.

onderbeet

Gevolg: De onderkaak wordt naar voren gedwongen en heeft niet meer de mogelijkheid om naar achteren te schuiven. Wanneer een paard zijn hoofd moet oprichten zal dit zeer ongemakkelijk zijn.

Verder:

Paarden kunnen door allerlei redenen tanden missen of beschadigd hebben. Door bijvoorbeeld trauma’s of onderontwikkeling. Tanden kunnen hierdoor gaan rotten en voor ongemak en gezondheidsproblemen zorgen.

snijtanden van een ouder paard

ontbrekende snijtanden

jong paard is door trauma stuk onderkaak verloren